Ruimte en netwerken

samen crop hor

De ruimtelijke structuur bepaalt hoe we onze vervoernetwerken kunnen organiseren; omgekeerd hebben deze vervoersnetwerken een invloed op de ruimtelijke ordening. Het ontwerp van een hoogwaardig regionaal openbaar vervoersnetwerk is dus onlosmakelijk verbonden met de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Nevelstad. OSA en BUUR focussen hun onderzoek op drie sporen:

1° Invloed van de infrastructuur op de ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen (OSA & BUUR)

De relatie tussen infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling is onderzocht door middel van historische analyse van representatieve case – studies, in België en in het buitenland. In België hebben deze onderzoeken de belangrijke katalyserende werking aangetoond van de realisatie van mobiliteitsinfrastructuur voor ruimtelijke ontwikkeling.
De belangrijkste oorzaken van dergelijke wederzijdse invloed worden geanalyseerd om een beter begrip te krijgen van de elementen of kenmerken van het infrastructuurontwerp die bepaalde ontwikkelingen helpen te induceren. Om dit probleem te doorgronden, is er voortgebouwd op eerder onderzoek gecoördineerd door Prof. Marcel Smets over de nederzettingsstructuur voortgebracht door historische (spoor)infrastructuur in België, door het te relateren aan de stedelijke ontwikkeling rond recente internationale projecten. Rekening houdend met de specifieke omstandigheden van elke case study, worden algemene principes onderscheiden als proactieve ontwerpcriteria voor de aanleg van een nieuw infrastructuur netwerk. Hierdoor ontstaat het kader voor ontwerpend onderzoek dat zich concentreerd op twee cases, die elke een nieuw onderzoeksspoor genereren.

2° Conceptueel ontwerpkader voor het planning van regionale openbaar vervoerscorridors (OSA)

Internationale voorbeelden tonen aan dat de tracering van de regionale openbaar vervoerslijnen en de vorming van ontwikkelingscorridors verschilt volgens de ruimtelijke context en de mobiliteitspatronen van het gebied waarvoor deze netwerken worden opgezet. Een classificatie geeft aanleiding tot een selectie van het meest geschikte systeem volgens een bepaalde ruimtelijke structuur en verstedelijkingspatroon of volgens bestaande infrastructuur en technische uitrusting. Kenmerken die internationaal worden gebruikt om de ruimtelijke context te beschrijven, zijn meestal gebaseerd op duidelijke en gemakkelijk te onderscheiden parameters: stedelijk versus landelijk, hoge versus lage dichtheid, herbruik van bestaande spoorlijnen versus nieuwe lijnen, etc. In het complexe en eerder diffuse Vlaamse stedelijk landschap, hebben deze tegenstellingen weinig nut en zijn bevredigende parameters moeilijker te definiëren. Door middel van ontwerpend onderzoek op de regio rond Klein – Brabant, grofweg bestaande uit de driehoek tussen Sint – Niklaas, Mechelen en Aalst, werd het potentieel van verschillende structuren als ruggengraat voor openbaar vervoerscorridors onderzocht. Drie verschillende soorten structuren werden bestudeerd: de transformatie van bestaande spoorweginfrastructuur van heavy rail naar light rail, de vertramming van secundaire wegen – corridors gebaseerd op huidige bustrajecten, en de afstemming van openbaar vervoerscorridors met fysieke landschappelijke structuren.

3° De effectiviteit en haalbaarheid van (nieuwe) ruimtelijk structurerende OV netwerken, toegepast voor de regio Leuven (BUUR)

Een tweede ontwerpend onderzoekscase start van de bestaande verdeling van het Vlaamse grondgebied in ‘vervoersregio’s’. Ze richten zich op bestaande mobiliteitsrelaties tussen de centrale steden en de omliggende regio’s Ze concentreren zich op potentiële klanten en maken topografische condities, infrastructurele kenmerken of verstedelijkingspatronen sterk ondergeschikt aan bestaande vervoersstromen. Om deze verdeling in ‘vervoersregio’s’ te testen op basis van morfologische argumenten, werd de stad Leuven geselecteerd als case. De stad Leuven en de omliggende regio worden momenteel geconfronteerd met mobiliteits- en ruimtelijke uitdagingen, als gevolg van de nabijheid van Brussel, de aanwezigheid van een belangrijke universiteit, een universitair ziekenhuis en de daaraan gekoppelde economische sectoren. Een openbaar vervoersconcept is ontwikkeld voor de regio Leuven en uitgewerkt op het niveau van de precieze trajecten en halte-locaties, vergezeld van een screening van de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden. Het ontwerp werd getest en geëvalueerd in termen van mobiliteit (4°) en de sociaal – economische kosten en baten (5°), wat leidt tot een iteratief ontwerpproces. Daarnaast wordt het gebruikt als basis voor een dialoog met maatschappelijke actoren, waarbij de haalbaarheid van een dergelijk project verder getest wordt.

Alle informatie over het onderzoek voor de regio Leuven vindt u hier

Rapporten en publicaties met betrekking tot het eerste en tweede onderzoeksspoor.

Blondia, M., De Deyn, E., Smets, M. (2011). Regional LRT as a backbone for the peri-urban landscape in 2050

De Block, G., Blondia, M. (2011). Grote projecten voor kleine stations.

Blondia, M., De Deyn, E. (2011). Een tramtrein voor Klein-Brabant.

Blondia, M., De Deyn, E. (2011). BIG PROJECTS / small stations.

Blondia, M., De Deyn, E. (2012). Networks and nodes in peri-urban regional public transport system: research by design in the Flemish nebular city.

Blondia, M., De Deyn, E. (2012). Understanding the development potential of regional public transport in a peri-urban context through research by design: the case-study of Klein-Brabant (Belgium).

Blondia, M., De Deyn, E. (2012). Regional LRT as a backbone for the peri-urban landscape: Research by design on an intermodal public transport network.

Blondia, M., De Deyn, E. (2012). Landscape-based design strategies as a sustainable backbone for regional public transport in a dispersed territory.

Blondia, M., De Deyn, E. (2012). Infrastructure design as a catalyst for landscape transformation: research-by-design on the structuring potential of regional public transport.

Blondia, M. (2013). Hasselt – Oefening in schaalbeheersing.

De Deyn, E. (2013). Diest – Op zoek naar een programma.

Blondia, M., De Deyn, E. (2013). Regional public transport corridors as a backbone for the peri-urban landscape: a research by design on the transit-oriented transformation of Flemish urbanization patterns.

een uitgebreidere lijst vindt u hier