Evaluatiemodellen

Sociale en economische kosten en baten van de uitvoering van een rail gebaseerde regionaal openbaar vervoer (MOSI-T)

Het is algemeen aangenomen dat goed openbaar vervoer de modale keuze ernstig kan beïnvloeden en dus een zeer gunstig effect kan hebben voor het milieu. Aan de andere kant, bewijst de dagelijkse praktijk (bv. bij de planning van de Limburgse lightrail) dat milieugroepen gekant zijn tegen tramlijnen door waardevolle natuurgebieden. Tegelijkertijd getuigen de wetgeving inzake ‘basismobiliteit’ en ‘netmanagement’ van een politieke ambitie, maar kan onder de huidige financiële middelen niet aan die ambities worden voldaan. Deze mismatch tussen macro-en micro-overwegingen, tussen discours en praktijk, toont het belang van een objectieve kwantificering. Om te bepalen of en hoe een regionaal spoorgebaseerd vervoerssysteem bijdraagt aan een duurzamere vorm van ruimtelijke ontwikkeling in Vlaanderen, werden drie evaluatiemethoden ontwikkeld. Ten eerste geeft een multi-actor-multi-criteria-analyse inzicht in compatibele en conflicterende belangen van verschillende actoren. Ten tweede kwantificeert een kosten-batenanalyse, specifiek gericht op het openbaar vervoer, de positieve en negatieve gevolgen en weegt ze af ten opzichte van elkaar. Ten derde is er een multi-criteria-analyse ontwikkeld voor de evaluatie van alternatieve trajecten, expliciet rekening houdend met mogelijke ruimtelijke ontwikkeling. Elk van deze instrumenten werd toegepast op het ontwerpend onderzoek: het eerste instrument op de case ‘Klein–Brabant’, de laatste twee op de case van Leuven.

Instrumenten: