Activiteiten gebaseerd vervoersmodel (AB Model) Feathers

Het activiteiten gebaseerd model Feathers De impact van een light rail netwerk op het reizigersaantal is in het verleden vooral getest geweest aan de hand van discrete keuzemodellen en meervoudige regressie analyse. Naast de invloed op het reizigersaantal, vormt een light rail systeem een groot potentieel voor nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen in de nabijheid van stations. Het is dan ook belangrijk om met deze nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden bij de evaluatie van het light rail systeem, hetgeen betekent dat er een geïntegreerde terugkoppeling nodig is tussen de vraag- en aanbodzijde van mobiliteit. De meerwaarde in het huidig onderzoek is dan ook dat de openbaar vervoersvraag (OV-vraag) voorspeld wordt met behulp van het activiteitengebaseerd model Feathers dat binnen Imob geconcipieerd en geconstrueerd werd. Feathers biedt de mogelijkheid om de impact van ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen (zoals de implementatie van het light rail netwerk) op de verkeersvraag te onderzoeken, alsook de impact van een aantal beleidsmaatregelen (bv. de subsidiëring van het OV). Feathers bepaalt de verplaatsingsbehoeften in Vlaanderen op basis van gerapporteerd verplaatsingsgedrag. De locatie van activiteiten en de verschillende transportnetwerken worden opgenomen in het model, op basis waarvan de verkeersvraag bepaald kan worden. Deze verkeersvraag wordt opgeslagen in een globale herkomst-bestemmingsmatrix (HB-matrix) en kan vervolgens worden toegedeeld op de corresponderende transportnetwerken. Binnen het huidige onderzoek wordt Feathers voor het eerst toegepast op de reële (Vlaamse) context waarbij rekening gehouden wordt met de ruimtelijke ontwikkelingen op vlak van nieuwe regionale vervoersnetwerken. Feathers genereert inter- en intra- zonale trips voor alle tripmotieven (werken, winkelen, vrije tijd…). Om op een voldoende gedetailleerd niveau te werken wordt het studiegebied (zie onderstaande figuur) verder opgedeeld in 2811 zones, de zogenaamde Traffic Analysis Zones (TAZ’s). Aan elke zone worden vervolgens data gekoppeld die Feathers nodig heeft voor het voorspellen van de verkeersvraag, zoals bijvoorbeeld het aantal inwoners, tewerkstelling en gegevens met betrekking tot de aanwezige voorzieningen zoals banken, horeca en hun openingstijden. kaart1 Processtructuur Onderstaand schema geeft het proces weer dat doorlopen wordt om de impact van het light rail netwerk op de verkeersvraag te bepalen. Dit proces kan hoofdzakelijk in drie fasen worden opgesplitst, naargelang de software waarmee op dat moment gewerkt wordt.

  • De eerste fase heeft betrekking op het GIS-software pakket OmniTRANS. Dit software pakket is specifiek ontworpen voor het modeleren, analyseren en visualiseren van verkeersgerelateerde data. In deze fase wordt er een specifiek OV-netwerk aangemaakt, bestaande uit OV-lijnen voor trein, bus en metro. Vervolgens worden er een aantal skims aangemaakt die de Level Of Service (LOS) van het OV-netwerk bepalen. Hiermee wordt ondermeer de totale reistijd (inclusief voor- en natransport), de in-vehicle-travel time, afstand en wachttijd aan de halte bedoeld.
  • Naast het openbaar vervoersaanbod, is tevens de OV-vraag nodig. Deze vraag wordt berekend in Feathers en opgeslagen in een globale herkomst-bestemmingsmatrix (HB-matrix). Hiervoor worden eerst de LOS-matrices geïmporteerd in het Feathers platform. De LOS-matrices spelen naast o.a. brandstofprijzen, het aanbod van diensten in bepaalde regio’s, de persoonskenmerken en de huishoudelijke situatie (aantal wagens, aanwezigheid van kinderen) een belangrijke rol in het voorspellen van de verkeersvraag door activiteitengebaseerde modellen.
  • De derde fase heeft opnieuw betrekking op het software pakket OmniTRANS. De resulterende HB-matrices uit Feathers worden geïmporteerd in OmniTRANS en vervolgens toegedeeld op het OV-netwerk dat reeds in fase 1 werd aangemaakt. Dergelijke OV-toedeling kent elke trip in de HB-matrix toe aan een OV-lijn. Een OV-toedeling is dus simpelweg de route/lijn keuze van openbaar vervoer gebruikers.

processtructuur Bovenstaande processtructuur wordt doorlopen voor een aantal scenario’s. In eerste instantie is er het basisscenario. Dit scenario beperkt zich tot de huidige situatie waar nog geen light rail netwerk in wordt opgenomen. Het OV-netwerk bevat enkel treinlijnen van de NMBS en BTM-lijnen van de MIVB en De Lijn. Vervolgens wordt het light rail netwerk toegevoegd en geïntegreerd met het huidig OV-netwerk en worden er een aantal tijds- en ruimtelijk- afhankelijke scenario’s doorgerekend. Deze aanpak maakt het mogelijk om het regionaal vervoerssysteem te boordelen op een aantal mobiliteitsindicatoren, waaronder de impact op reistijden, modal split en modal shift. Bovendien laat deze aanpak toe om toedelingsresultaten te bespreken zoals de gemiddelde afgelegde afstand en de gemiddelde reistijd van een reiziger op elk tracé, het aantal op- en afstappen aan elke halte enz.